In de dojo

Op deze pagina:

Vijf eeuwenoude karateregels

Vijf karateregels

Vijf karateregels.

Karatemeesters uit het Japanse Okinawa hebben waarschijnlijk honderden jaren geleden vijf regels opgesteld voor de beoefenaars van karate. Deze dojoregels (dojokun) zijn:

  • Streef naar een perfect karakter.
  • Bescherm de waarheid.
  • Blijf proberen, geef niet op.
  • Wees beleefd en respecteer iedereen.
  • Pas op met impulsief gedrag, wees niet gewelddadig.

Zeven Shotokan-karateregels

Wikipedia Gichin Funakoshi

Gichin Funakoshi.

Meester Gichin Funakoshi, de grondlegger van Shotokan-karate, heeft zeven dojoregels geschreven die ook binnen onze vereniging gelden:

  • Karate is een krijgskunst. Daarom moet je karate vanaf het begin zeer serieus nemen.
  • Doe precies wat je hebt geleerd, zonder klagen en zonder tegensputteren.
  • Als je een nieuwe techniek leert, oefen je deze met hart en ziel, net zolang totdat je de techniek helemaal begrijpt.
  • Hang niet de grote meester uit. Schep niet op over jouw kracht.
  • Wees altijd zeer beleefd. Wees gehoorzaam en respecteer je meerderen.
  • Ga het slechte uit de weg en omarm het goede.
  • Zie het dagelijks leven als een karatetraining.

Algemene regels in onze dojo

  • Zorg dat je schoon, netjes en veilig aan de training begint.
    • Draag een wit, schoon karate gi (karatepak), zonder kreukels, zonder scheuren en zonder andere gebreken.
    • Knoop je obi (band) netjes vast.
    • Houd je nagels kort en schoon.
    • Zorg dat je zelf schoon aan de training begint.
    • Niet eten tijdens de training.
    • Draag geen sieraden tijdens de training.
  • Doe je best tijdens de training, ook als je moe bent.
  • Toon respect voor de sensei (leraar), elkaar en de karatesport. Respecteer iedereen, zowel binnen als buiten de dojo.
    • Zeg osu (dat spreek je uit als oes) als je buigt.
    • Buig (rei) wanneer je de dojo (sportzaal) binnenkomt.
    • Buig in de richting van de dojo wanneer je de dojo verlaat.
    • Buig naar de sensei wanneer je naar de sensei loopt.
    • Buig naar de sensei wanneer je van de sensei wegloopt.
    • Buig naar je partner voordat je met kumite (sparren/vechten) begint.
    • Buig wanneer je met kumite stopt.
    • Buig wanneer je met een kata (vormoefening) begint.
    • Buig wanneer je een kata hebt gelopen.
    • Buig als je met een andere partner verder traint.
  • Zorg dat je op tijd in de dojo bent.
    • Vertel de sensei van tevoren wanneer je de training eerder moet verlaten.
    • Vertel de sensei van tevoren wanneer je de volgende training niet kunt komen.
  • Wanneer je de dojo tijdens de training kort wilt verlaten (toilet, pleister…), dan vraag je dat netjes aan de sensei. Loop snel, buiten de lijnen van de shiajo (wedstrijdveld), naar de uitgang.
  • Gebruik karate niet buiten de dojo.

Band knopen

Trek je karate gi (karatepak) aan. Zorg dat alle touwtjes netjes zijn vastgemaakt. Pak je obi (band) en houd de beide eindjes van de band tegen elkaar. Zo zoek je het midden van de band.

Stap 2

Houd het midden van de band op je buik, net onder je navel.

Stap 3

Trek de beide uiteinden van de band om je buik en dan achter je rug.

Stap 4

Pak achter je rug de band aan je linkerkant. Dit is het eindje dat je vanaf rechts achter je rug hebt getrokken. Kruis dit uiteinde onder de band die van je linkerkant komt.

Stap 5

Trek beide eindjes voor het midden van je buik. Trek het eind dat van je linkerkant komt onderlangs naar voren. Het uiteinde van je rechterkant komt bovenlangs. Controleer dat de band overal goed om je middel zit. De band mag niet gedraaid zitten en mag niet kruisen.Stap 6

Trek het rechtereind kruislings over het linkereind.

Stap 7

Trek het rechtereind onderdoor het linkereind en ook onder de band die al strak om je buik zit omhoog.

Stap 8

Trek beide uiteinden stevig aan. Je eerste knoop is klaar.

Stap 9 10

Vouw het bovenste uiteinde (de linkerkant) over het rechtereindje omlaag. Vouw het rechteruiteinde naar links onder het linkereind door. Je hebt nu een kruis met het linkereind boven het rechteruiteinde.

Stap 11

Steek het linkereind (het eindje boven op het kruis) onder het rechtereind en dan door de lus (gemaakt in de vorige stap) omhoog. Je hebt de tweede knoop gemaakt. Trek deze knoop stevig aan. Let op dat beide zijden van de band even lang moeten zijn.

De knoop lijkt op een pijl die met de punt naar rechts wijst.

Begin en eind van training

Je begint en eindigt de training in de dojo met een groet (rei) aan de sensei en je medeleerlingen. Alle leerlingen stellen zich naast elkaar op in de kleur van hun band. De sensei geeft aan dat iedereen moet gaan zitten in seiza of zazen (knielen voor meditatie). Dit gaat zo:

  1. Zet je linkerknie op de grond en zet hierna je rechterknie op de grond.
  2. Ga zitten. Houd je rug recht.
  3. Leg je open handen met de palm naar beneden op je benen.
  4. De sensei zegt mokuso (ogen sluiten voor meditatie) wanneer hij je vraagt om je ogen te sluiten en te mediteren. Vouw je handen tegen elkaar met de palm naar boven.
  5. De sensei zegt rei (groet), sensei-ni-rei (groet de leraar) of otaga-ni-rei (groet je medeleerlingen).
  6. Bij elke groet plaats je jouw linkerhand en dan je rechterhand voor je op de grond. Beide handen rusten plat op grond.
  7. Buig voorover en ga dan rechtop zitten. Trek eerst je rechterhand en dan je linkerhand terug.
  8. De sensei zegt tatshu (opstaan na meditatie). Sta op. Eerst met je rechterbeen en dan met je linkerbeen.
  9. Buig naar je sensei wanneer je staat.

Warming-up

De karatetraining begint met een warming-up: je ‘warmt’ je lichaam op, zodat je straks beter presteert. Door verschillende oefeningen verbetert de doorbloeding van je spieren, pezen en botten in je lichaam. De warming-up is ook bedoeld om je lenigheid te vergroten, je conditie te verbeteren en sterker te worden.

Voorbeelden van oefeningen van de warming-up zijn:

  • Rennen
  • Opdrukken
  • Sit-ups
  • Rek- en strekoefeningen

Kihon

Wanneer je voldoende bent warmgedraaid, start je met kihon (basis). Je leert nieuwe technieken en je verbetert de technieken die je al kent. Denk aan afweren, stoten en trappen, maar ook aan springen, klemmen en vegen. Je oefent de basistechnieken terwijl je stilstaat en loopt (vooruit en achteruit).

Ben je nog niet zo lang bezig met karate, dan leer je vooral de bewegingen. Gevorderden oefenen ook op snelheid, reflex, effectiviteit en kracht. Experts gaan nog een stap verder. De sensei let bij hen op het natuurlijke gebruik (spontaniteit, tactiek en mentale kracht) van de technieken.

Kumite

Kumite (vechten, sparren) bestaat uit drie onderdelen:

  • Je oefent de basistechnieken samen met een partner. De sensei vertelt je (of jij en je partner spreken af) met welke techniek je aanvalt en hoe je jezelf tegen een aanval van je partner moet verdedigen.
  • De tweede vorm is sparren. Je oefent karatetechnieken met een partner. Maar je spreekt niets van tevoren af. Je probeert je tegenstander te slim en te snel af te zijn. Blijf beheerst in aanval en verdediging; blesseer elkaar niet. Oefenen is belangrijker dan winnen.
  • In wedstrijden, het derde onderdeel, gaat het er heviger aan toe. Je wilt van je tegenstander winnen. Hier geldt ook: houd je aan de regels. De jury vertelt je voordat een toernooi begint welke technieken zijn toegestaan en welke niet.

Kata

Een kata (vorm) is een schijngevecht dat je alleen uitvoert: je strijdt tegen vier of meer denkbeeldige tegenstanders. Elke kata is een oefenvorm met verschillende stoot-, trap- en afweertechnieken. Je verdedigt jezelf tegen ‘onzichtbare’ aanvallers, waarna je zelf in de aanval gaat. Shotokan-karate kent 26 kata die honderden jaren oud kunnen zijn. Een kata duurt, afhankelijk van de kata die je loopt, ongeveer één tot twee minuten.

Je leert eerst de vormfiguren lopen en de bijbehorende verdedigings- en aanvalstechnieken uitvoeren. Hierna blijf je de standen (hoe je staat) en bewegingen verbeteren. De sensei vertelt je welke techniek je nodig hebt om een bepaalde aanval af te slaan. Je oefent de kata ook als gevechtsvorm (sparren) met een partner.

Je vindt video’s van kata op de webpagina Shotokan-kata.

Cooling-down

Na de training moet je lichaam herstellen van je inspanningen, afkoelen. Doel van de oefeningen van de cooling-down is dat afvalstoffen je lichaam snel verlaten. De oefeningen brengen je lichaam tot rust.

Voorbeelden van oefeningen van de cooling-down zijn:

  • Sit-ups
  • Opdrukken
  • Meditatie