Shotokan toen

Op deze pagina:

Karate vanuit India en China

Verdedigen, aanvallen en vechtsport zijn zo oud als de mens. De wortels van karate liggen in India en China. Het is ongeveer 25 jaar na het begin van onze jaartelling (25 n.Chr.). India en China handelen met elkaar. Indiërs en Chinezen wisselen vechttechnieken met elkaar uit op de handelsroutes die beide landen met elkaar verbinden. Hierdoor ontstaan mengvormen van typische Indische en Chinese krijgskunsten.

Bodhidharma

Bodhidharma.

Bodhidharma

Bodidharma, een geestelijke, introduceert rond het jaar 520 n.Chr. het zenboeddhisme. Hij trekt in een tempel van Chinese Shaolinmonniken, waar hij de monniken les geeft in  verdedigen en aanvallen. Hieruit ontstaan vele vechtvormen, verzameld onder de naam wushu, in Europa wel kungfu genoemd.

Kungfu

Shaolinmonniken demonstreren wushu.

Karate vanuit Okinawa

Het Japanse eiland Okinawa ligt op een grote handelsroute tussen China en Japan. Je vindt Okinawa onder Japan. Het handelscentrum Okinawa heeft internationale havens en onderhoudt sinds de zevende/achtste eeuw handelsbetrekkingen met China. Tussen 1372 en 1393 – het is dan honderden jaren later – komt vanuit China (en andere Aziatische landen) een mengeling van krijgskunsten, quanfa (vertaling: uit China) genoemd, naar Okinawa. De Japanners vertalen de Chinese verzamelnaam quanfa in kempo (ook bekend als kendo).

To-te

De eilandbewoners van Okinawa mixen de eigen gevechtsvorm ti of te (vertaling: van Okinawa) met het Chinese quanfa en noemen de nieuwe vorm to-te of tode (vertaling: hand uit China). To-te kent drie varianten, genoemd naar de plaatsen waar het wordt beoefend: Tomari-te, Shuri-te en Naha-te.

Kempo

Kempo.

Het klassieke to-te – waarin geen traditionele wapens (zwaarden en messen) worden gebruikt (het latere karate) – kent een sterke ontwikkeling op Okinawa in de periode van het wapenverbod: vanaf 1470 opgelegd door plaatselijke heersers en later vanaf 1609 door de Japanse bezetters van het eiland. To-te blijkt een effectieve methode om jezelf te verdedigen zonder wapens te gebruiken. Naast de onbewapende vorm van to-te bestaat een gewapende vorm (met landbouwgereedschappen en visserswerktuigen), het Okinawa-kobudo.

To-te wordt al die jaren stiekem geoefend – ’s nachts op geheime plekken – tot ongeveer 1875. Okinawa wordt dan officieel onderdeel van Japan. De eilandbewoners worden dienstplichtig in het Japanse leger. Tijdens de legerkeuringen valt de goede lichamelijke conditie van de dienstplichtigen uit Okinawa op. Het vechten is rond 1900 niet meer zo geheim. De eerste officiële vechtscholen (ryu) worden opgericht: Tomari-te, Shuri-te en Naha-te.

Anko Itosu

Anko Itosu (1831-1915), geboren op Okinawa en leerling van de befaamde Sokon Matsumura (1809-1901), is een van de vaders van het moderne karate. Hij krijgt het in 1901 voor elkaar dat to-te in 1901 op de scholen in Okinawa wordt onderwezen. Itosu introduceert niet veel later een reeks door hem gemoderniseerde kata’s die tot op de dag van vandaag worden gelopen. Zijn karatestijl, shorin-ryu wordt uit eerbied voor de meester ook Itosu-ryu genoemd. Gichin Funakoshi (1868-1957), de bedenker van Shotokan-karate, is leerling van Itosu.

Anko Itosu

Anko Itosu.

Van Okinawa naar Japan

De jonge Japanse kroonprins Hirohito (ook bekend als Showa-Tenno, 1901-1989) bezoekt Okinawa rond 1912 en bekijkt demonstraties van to-te. Hij wil to-te ook invoeren in Japan. Officieren van de Japanse vloot krijgen hierna karatetraining in Okinawa.

Op weg naar Japan

De meesters Gichin Funakoshi en Choki Motobu (1870-1944) – Motobu is leerling van Sokon Matsumura – varen in 1922 naar het vasteland en onderwijzen hier to-te. De Chinese naam van to-te (vertaling: hand uit China) ligt niet goed in Japan – beide landen hebben het niet zo op elkaar. To-te wordt omstreeks 1935 omgedoopt in de Japanse naam kara-te (vertaling: lege hand). De keuze valt op lege hand, omdat de kara-te-ka (beoefenaar van karate) alleen ‘natuurlijke wapens’ gebruikt: lichaam (handen, armen, voeten, benen) en intelligentie.

Choki Motobu

Choki Motobu.

Karate vanuit Japan

We gaan weer even terug in het verleden. Japan heeft, net als China en India, een krijgsgeschiedenis die duizenden jaren oud is. Het Boeddhisme ‘landt’ in 520 n.Chr. ook in Japan. Rond het jaar 1200 ontstaat hier een krijgersklasse.

Bujutsu

De periode dat deze klasse van krijgers zich ontwikkelt – tussen 1200 en 1600 – wordt de klassieke bujutsutijd genoemd. De bujutsukrijgers hebben één doel voor ogen: winnen op het slagveld.

Bujutsu

Bujutsukrijger.

Budo

Het verbrokkelde Japan wordt in die dagen verscheurd door interne oorlogen. Heerser Tokugawa leyasu (1543-1616) komt in 1603 aan de macht. De shogun heerst vanaf dan over bijna heel Japan. Verdeeldheid maakt plaats voor een periode van vrede. Doel van de Japanse krijgskunst is niet langer overwinnen op het strijdveld. Bujutsu gaat over in budo, de klassieke budoperiode breekt aan. Beoefenaars van budo richten zich niet alleen op vechten en winnen, maar ook op persoonlijke ontwikkeling.

Tokugawa leyasu

Tokugawa leyasy.

Oorlog en traditie

De budoperiode eindigt in 1868 als een nationalistische groep (Meiji), een nieuwe regering installeert met keizer Mutsuhito op de troon. Deze groepering wil de ‘oude tijd’ van oorlog en tradities terug. Plan was heel Azië te veroveren.

Meiji-regering

Meijiregering.

Butoku Kai

De eerste officiële krijgskunstenorganisatie, Dai Nippon Butoku Kai, wordt in 1895 in het Japanse Kyoto opgericht. Het ministerie van Onderwijs van keizer Meiji leidt de Butoku Kai. De organisatie promoot de krijgskunsten en levenswijze van de samuraikrijgers.

Samurai

'Moderne' samurai.

De Butoku Kai wil de verschillende krijgskunsten standaardiseren. Alles over karate wordt vastgelegd, waaronder kyugraden en dangraden (banden), trainingsmethoden, en uniform.

In deze periode, het is 1922, komen Gichin Funakoshi en Choki Motobu van Okinawa naar het Japanse vasteland en introduceren to-te, het karate van Okinawa.

Gichin Funakoshi

Gichin Funakoshi.

Tweede Wereldoorlog

De rol van de Butoku Kai en haar leden in de Tweede Wereldoorlog is minder fraai. Krijgers van de Butoku Kai vechten in het leger van Japan. De geallieerde troepen verbieden de organisatie direct na de oorlog. Nieuwe karatestijlen ontstaan. In 1952 wordt de Kokusai Budoin (nu de International Martial Arts Federation, IMAF) opgericht als opvolger van de Butoku Kai. Een jaar later duikt ook de Butoku Kai weer op, met een minder officieel karakter dan voor de Tweede Wereldoorlog en met een nieuwe missie: verbeteren van internationaal begrip voor elkaar en wereldvrede door middel van het promoten van training, opleiding en service op het terrein van krijgskunsten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>